de-bastaards-van-onze-kolonie

door Kathleen Ghequière, Sibo Kanobana

met foto’s van Filip Claus

uitgegeven door Roularta Books.

 

Een boek over Belgische metissen, kinderen geboren uit een gemengde relatie ten tijde van het koloniale Congo.

 ’Een interculturele geschiedenis van België begint niet met de komst van de migranten, maar met het koloniale verleden van België’, schrijven Sibo Kanobana en Kathleen Ghequière in de epiloog van De bastaards van onze kolonie. In dat boek verzamelden ze 21 levensverhalen van mannen en vrouwen die ter wereld kwamen met een blanke vader en een zwarte moeder -al kan het principieel ook andersom.

 

Een van de eerste beslissingen bij het schrijven van dit boek was het kiezen van een naam voor deze groep mensen. Zijn het halfbloeden? Mulatten? Dubbelbloeden? Uiteindelijk koos men voor het neologisme metissen, dat al langer gangbaar is in de zelfdefinitie van de betrokkenen. ‘Dit boek vertelt een stukje van onze verborgen Belgische geschiedenis. Het bevat verhalen die niet verteld werden omdat ze te gênant waren of niet pasten in het verwachtingspatroon van toen en vandaag’, aldus nog Kanobana en Ghequière.

 

De portretten zijn het resultaat van lange gesprekken, maar werden gecomprimeerd tot behapbare monologues intérieurs: een zeer verdedigbaar procédé, want op die manier spreken de eenentwintig mannen en vrouwen direct tot de lezer. De literaire verwerking had wel een beetje hoger mogen mikken, want nu bleef de tekst soms stroef en onbeholpen. Bij alle verhalen horen nostalgische foto’s uit de koloniale tijd - het gaat tenslotte vaak over herinneren en worstelen met de eigen afkomst die door de omgeving geproblematiseerd en dus verdrongen werd.

 

Bij de meeste verhalen horen ook actuele portretten. Fotograaf Filip Claus heeft de getuigen met heel veel respect en waardigheid gefotografeerd, en dat geeft het boek zeker een meerwaarde. Jammer dat Ghequière in de op twee na laatste zin stelt dat ook zij metisse geworden is. Dat soort toeëigening lijkt me niet op zijn plaats in een boek dat een complexe identiteit recht wil doen. Kleine zonde, tegenover een grote verdienste -het is dus alweer vergeven.

 

Tijdens de koloniale periode in Congo werden heel wat kinderen geboren, buiten het huwelijk, tussen doorgaans koloniale blanke vaders en zwarte moeders. Af en toe was er ook een kindje van een blanke vrouw en een zwarte man. Wat te doen met deze ‘halve’ Europeanen, die ‘bastaards’ zoals ze genoemd werden? Kon men hen overlaten aan de ‘wilde autochtonen’ zonder degelijke opvoeding en onderwijs? Of moest de koloniale overheid zich over hen ontfermen en dus erkennen? Daarom werden ze door de koloniale overheden massaal weggehaald van hun moeders en in zogenaamde ‘katholieke weeshuizen’ ondergebracht. Deze kinderen werden voor een tweede keer uit hun leefwereld weggehaald na de onafhankelijkheid. Vanaf 1959 werden meer dan 500 kinderen verspreid over Belgische gezinnen. Deze ‘kinderen’ die nu 50 à 70 jaar oud zijn, brengen in een dertigtal verhalen een boeiende getuigenis van dit doodgezwegen kapittel uit onze geschiedenis. Dat gebeurt aan de hand van unieke hedendaagse en archieffoto’s.

 

Tijdens deze boekpresentatie geven auteur Kathleen Ghequière (Provinciale Hogeschool Hasselt) en enkele van deze ‘kinderen’ tekst en uitleg. Ook de foto’s van Filip Claus worden vertoond. Naast de auteurs en de fotograaf verlenen nog tal van mensen hun medewerking aan deze feestelijk boekpresentatie:

 

De bastaards van onze kolonie.

Verzwegen verhalen van Belgische metissen

door Kathleen Ghequière, Sibo Kanobana en Filip Claus

uitgegeven door Roularta Books.

251 blzn.

ISBN 978 90 8679 291

Comments are closed.